De alleenstaande man

Blog september 2018

Achter op de gang moet ik zijn. Het laatste appartement links. Stilletjes betreed ik het appartementje. Meneer ligt te slapen en dat doet hij al een paar dagen. ‘Hij is op’, zeggen de verzorgenden. ‘Wat moeten we doen als hij komt te overlijden? We weten niet eens of hij begraven of gecremeerd wil worden. Wil jij dat aan hem vragen Mireille? En kun je het allemaal opschrijven?’
 
Meneer is al dagen niet goed aanspreekbaar, ook nu zie ik geen tekenen van bewustzijn. Ik schuif een stoel naast zijn bed, zo zit ik een kwartiertje. Mijn ogen dwalen door het schaars ingerichte appartement. Er hangen oude foto’s aan de muur, met statige mannen en vrouwen die in de lens kijken. Meneer is alleenstaand en heeft geen familie meer, maar ik raak wel nieuwsgierig naar de mensen in het lijstje aan de muur. Hij ademt moeizaam. Ik pak zijn hand – met gele vingers van het roken – en fluister zacht dat ik de volgende dag terug zal komen.
 
Ergens voelde ik het al. We waren te laat… Meneer overleed diezelfde avond. De notaris belt me al gauw of ik de uitvaart wil verzorgen. De dagen erna verricht ik veel speurwerk. Er is immers geen familie om mee te overleggen, maar ik wil meneer wel een passende uitvaart geven. Ik vind toch nog een paar mensen met wie hij een klein beetje contact had. Ik bel ze allemaal op, ga met ze in gesprek en krijg een inkijkje in het leven van meneer. Langzaam vormt zich het beeld van een autistische man zonder behoefte aan sociale contacten. De verzorging vertelt me over ‘een vriendin’. Nou ja, vriendin… Met haar fietste hij wekelijks naar het graf van zijn moeder, bij de kerk in het dorp. Samen sierden ze haar grafsteen met verse bloemen.
 
En toen was het zover: de dag van de uitvaart. Van de mensen die ik had weten te achterhalen, waren er toch nog twintig naar de uitvaartdienst gekomen, fijn. In de kerk, waar hij elke zondag nog kwam, klonken mooie woorden van de pastoor. ‘De vriendin’ weet zeker dat hij genoten zou hebben van het 30 koppen tellende koor en de drie nummers van een cd die ik in zijn appartement vond. Er zijn bloemen van de kerk, en samen brengen we meneer naar zijn laatste rustplaats – bijgezet in het graf van zijn moeder. Vanuit de nalatenschap verzorgt de plaatselijke bloemist nog een jaar het wekelijkse bloemetje, mooi. En zo heeft meneer toch nog een waardig en respectvol afscheid gekregen.
 
Nooit eerder heb ik op deze manier een uitvaart verzorgd. Er was ruim voldoende geld, maar niemand die zo dichtbij hem stond om over zijn uitvaart te kunnen of willen meedenken. Die me kon vertellen over de kleine dingen waar hij zich bij leven zo fijn bij voelde. Over de beleving van zijn geloof, de hereniging met zijn moeder…
 
Het is goed zo (maar o, wat had ik graag nog even met meneer gesproken).

Met warme groet, Mireille

• Lees meer blogs